Analyse: waarom het WK 2026 door drie landen wordt georganiseerd

Analyse: waarom het WK 2026 door drie landen wordt georganiseerd

Sinds het eerste WK in 1930, dat Uruguay alleen organiseerde, is het wereldvoetbal gewend geraakt aan het model van ‘één land, één stad’ — het WK 2002 in Japan en Zuid-Korea was tot dan toe de enige uitzondering. In 2026 zullen de Verenigde Staten, Canada en Mexico die traditie doorbreken en voor het eerst in de geschiedenis een toernooi gezamenlijk organiseren door drie landen. Voor de coaches en spelers die er middenin zitten, is dat niet alleen een geografische sprong, maar ook een complete herschrijving van het ritme van de voorbereiding, de logistiek en de manier waarop een ploeg samensmeedt.

Van 2002 tot 2026: waarom gezamenlijk hosten weer terugkeert

Op het WK 2002 in Japan en Zuid-Korea werd geprobeerd een echte ‘vijftig-vijftig’-verdeling te realiseren: de openingsceremonie en de wedstrijd om de derde plek vonden plaats in Zuid-Korea, de finale in Japan. De FIFA neigde aanvankelijk naar één land als alleenorganisator en kwam uiteindelijk pas tot die unieke regeling met twee gastlanden. Gezamenlijk hosten werd daarna echter geen trend — de komende edities keerden al snel terug naar één land, en gezamenlijke kandidaturen werden een tijdlang zelfs expliciet verboden.

In 2016 kondigde de FIFA aan dat het WK 2026 gezamenlijk georganiseerd mag worden, en liet tegelijk doorschemeren dat het aantal deelnemende landen mogelijk wordt uitgebreid tot 40 of 48 teams. Hoe groter het toernooi, hoe zwaarder de druk op één land om alleen infrastructuur, vervoer, beveiliging en ontvangst te dragen. De VS, Canada en Mexico onderzochten elk apart de mogelijkheid om alleen te hosten, maar gezien de verwachte uitbreiding van het veld werd een drielandensamenwerking als realistischer gezien. Daarbuiten wordt ook gespeculeerd over een verdere uitbreiding tot 66 landen in 2030 — als dat doorgaat, wordt er voor een enkel gastland nog minder ruimte.

De concrete impact van een drielanden-WK op de teams

Vanaf de bank bezien betekent een gezamenlijke organisatie dat het begrip ‘thuis’ wordt verwaterd, maar het WK tegelijk verandert in een zware proef die heel Noord-Amerika beslaat. Het klimaat, de hoogteligging, het type gras en jetlag tussen verschillende steden beïnvloeden rechtstreeks de trainingscycli en het herstel. Met de actuele FIFA-ranglijst als referentie behoren Spanje (2e), Argentinië (3e), Portugal (5e) en Marokko (8e) nog steeds tot de top; Mexico (15e) en Japan (18e) klimmen gestaag; Canada (30e) krijgt dankzij het gastlandenschap meer zichtbaarheid. Zowel Japan als Zuid-Korea eindigden recent in de Aziatische kwalificatie op een krappe 0-0 — Zuid-Korea pakte tegen Vietnam en de VAE geen winst, Japan speelde tegen Qatar eveneens zonder doelpunten — een signaal dat op lange reizen en een vol programma fysiek management en mentale stabiliteit het verloop vaak vóór de papieren kracht bepalen.

Voor jonge spelers geldt dat nog sterker. De staf moet maanden van tevoren ‘mobiele trainingsbases’ en herstelschema’s voor transferdagen tussen steden in het dagelijkse plan verwerken, niet pas na de loting ad hoc bijsturen. Een gezamenlijke organisatie verandert het WK van ‘een maand in één stad’ in ‘continu opereren aan één front’; een langdurige, begeleidende voorbereidingsstructuur wint daarmee aan waarde.

Wordt gezamenlijk organiseren de nieuwe norm?

Het antwoord zit wellicht in de komende edities. Het WK 2030 vergroot de complexiteit verder: Spanje, Portugal en Marokko zijn goedgekeurd als gezamenlijke gastheren, Uruguay, Argentinië en Paraguay organiseren elk één wedstrijd — voor het eerst over meerdere continenten: Europa, Afrika en Zuid-Amerika. Marokko en het Iberisch schiereiland liggen dicht bij elkaar, maar de deelname van de drie Zuid-Amerikaanse landen vergroot de totale spreiding aanzienlijk. Daarentegen is het WK 2034 aan Saudi-Arabië als enige gastland toegekend; het biedingsproces voor 2038 is nog niet gestart, de situatie blijft afwachten.

Vanuit het perspectief van het organisatiemodel vormt gezamenlijk organiseren een compromis tussen uitbreiding en globalisering: meer teams doen mee, meer markten worden bereikt, maar tegelijk stijgt de complexiteit van het beheer van logistiek en sportieve eerlijkheid.

Voor coaches draait het niet om de vraag of gezamenlijk organiseren wel of niet verstandig is, maar om de vraag of ze spelers kunnen helpen onzekere reisschema’s om te zetten in een haalbaar dagelijks ritme — wanneer het WK niet langer tot één stad behoort, ligt degene die het team ‘overal thuis laat voelen’ het dichtst bij die lange titelrace.

LATEST